Watervogeltellingen |
Het tellen van watervogels kent in Vlaanderen reeds een lange traditie die in bepaalde gevallen teruggaat tot in de jaren ’50 en ’60. Het doel van deze tellingen is om een inzicht te verkrijgen in de aantallen, de trends en de verspreiding van watervogels die tijdens de winter of de trekperiode in onze wetlands verblijven. Sinds 1979/80 worden in Vlaanderen elke winter zes midmaandelijkse tellingen georganiseerd (periode oktober-maart). Bij elke telling worden zoveel mogelijk gebieden bezocht die van belang zijn voor watervogels. Voor het uitvoeren van de tellingen wordt beroep gedaan op ongeveer 400 amateur-veldornithologen. De coördinatie van de tellingen en het beheer van de gegevensbank is sinds 1986 in handen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (voormalig Instituut voor Natuurbehoud). Voor de praktische coördinatie wordt ook beroep gedaan op een netwerk van ongeveer 25 regionale coördinatoren. In een aantal internationaal belangrijke wetlands voert het Instituut ook aanvullende, meer frequente tellingen uit van watervogels. In Vlaanderen wordt sinds 1967 tevens meegewerkt aan internationale watervogeltellingen met als belangrijkste de jaarlijkse “International Waterfowl Census”. Deze internationale telling vormt een belangrijke basis voor de bescherming van waterrijke gebieden onder de Ramsar-Conventie en de Europese Vogelrichtlijn.
Een tabel met de medewerkers en hun telgebieden voor de de regio Durme-Waasland zijn hier weergegeven (klik hier).Voor de tellers, de invoer is zoals gewoonlijk via de online database: http://watervogels.inbo.be
|